woensdag 7 oktober 2015

7 oktober, van Den Bosch naar Gassel


Kasteel Tongelaar, voorzijde (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA 3.0).

7. vertrekken des morgens te half 7 uren van hier naar De Graaf1 doch vernagten te Gasselt2, een klein onaanzienlijk dorp 2 uren verder gelegen. dus een marsch van negen uren. Daar komende moetten Tinco, Biersma en ik nog een anderhalf uur verder lopen, omdat ons billet op een boer lag die de afgelegenste plaats bewoonde, Johannes Tiessens geheeten. Hier hadden wij het goed, uitgezondert de slaapplaats, die uit stroo bestond.
De menschen waren zeer geschikt en vriendelijk, de environs alhier zijn zeer bosrijk. Vandaar dat hier vele wolven in de omstreek huisden, die het zeer onveilig maakten. Ons boer en boerin verhaalden ons hier van de yslijkste gebeurtenissen in hare eenvoudigheid, waarvan sommige ons zeer fabelagtig en onwaarschijnlijk voorkwamen.  Hier in de nabijheid legt een vrij aanzienlijk lustslot of casteel, Tongerlo3 geheten, hetgeen in onzen weg lag. Na deese nagt vrij slegt in de montering op stroo, en wat nog onse rampen vermeerderde, voor een gebroken glasruit, waardoor het verschrikkelijk heen bloes, te hebben doorgebragt, begeven wij ons des anderen daags morgens vroegtijdig […]



1 Grave.
2 Gassel.
3 kasteel Tongelaar, gelegen tussen Gassel en Mill, zie Wikipedia.

dinsdag 6 oktober 2015

6 oktober, rustdag in 's-Hertogenbosch


Petrus Gerardus Vertin, gezicht op 's-Hertogenbosch (1893). bron: Wikimedia Commons, publiek domein.

6. [October] wij bezagen de speldemakerij1, en vervolgens de stad, amuseerden ons het overige vanden dag in een coffijhuis aan de Markt,genaamd het Nederlandsche Coffyhuis2, dewijl het heden aanhoudend regende. Hier ontmoetede ik de heer Bloemen3 uit Sneek, alsmede mijn oude vriend Kleinsmith, die thans capitein en hier in guarnisoen lag.



1 al sinds de middeleeuwen waren er vele speldenmakerijen in Den Bosch, waaronder aan de Markt, zie http://www.bossche-encyclopedie.nl/.
2 aan de Markt waren een aantal sociëteiten gevestigd, waaronder Amicitia en De Zwarte Arend. Ook waren er verschillende koffiehuizen, waaronder het Nederlandsch Koffiehuis, oftewel de Neerlander, zie http://www.bossche-encyclopedie.nl/.
3 wie weet welk lid van de familie Bloemen uit Sneek hier bedoeld kan zijn?

maandag 5 oktober 2015

5 oktober, van Hilvarenbeek naar 's-Hertogenbosch

5 oct[ober] wij vertrekken heden morgen te 6 uur naar ’s-Hertogenbosch, een marsch van groot 7 uren  - fraaije stad – het fort Izabelle1 hetwelk wij passeren – Paepenbril2, de R[oomsche] kerk3, het dolhuis4 waarin wij het kunstwerk van een gek beschouwen, die zijn kluis met allerhand boetseerwerk van kley had opgezierd, alsmede de schone inrichting van dat gebouw bewonderen. Schoone markt, stadhuis, hoofdwagt, dit alles waren de voorwerpen waarmede wij onze nieuwschierigheid bevredigden gedurende den tijd dat wij hier rustdag hielden. 
Ik was met Simon Wentholt, Van Breugel, Poppes en meer anderen zeer goed gelogeerd bij de wed. Prince in de Karrenstraat, eerst hadden wij een billet gehat bij eene heer Abbema een rijk man, dan de onbeschofte behandeling van den meid, die ons voor gemene soldaten aanzag en waarmede wij een hevige querelle5kregen, deed ons dit logement verlaten, en een ander billet vragen.

De Citadel van Den Bosch (foto doorZanaq via Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA 1.0)



1 Fort Isabella is een vestingwerk ten behoeve van de verdediging van de stad 's-Hertogenbosch, gelegen aan de noordkant van de huidige gemeente Vught. De naam van het fort is afkomstig van aartshertogin Isabella (1566-1633), hertogin van Brabant en dochter van de Spaanse koning Filips II, zie Wikipedia.
2 de Papenbril is de bijnaam van de Citadel van 's-Hertogenbosch. De Citadel kreeg deze bijnaam in de Franse tijd; vanaf de Citadel werden de katholieke Bosschenaren in de gaten gehouden, ie Wikipedia.
3 bedoeld zal zijn de Sint-Janskathedraal.
4 Gekkenhuis. Het oudste dolhuis in Nederland is het dolhuis Reinier van Arkel in 's-Hertogenbosch (1442). De zorg was voor die tijd vooruitstrevend: patiënten werden niet "opgesloten", maar onderhouden en geobserveerd. Er bestond een dagverblijf (18e eeuw) voor afleiding en bezigheid, zie Wikipedia.
5 ruzie.

zondag 4 oktober 2015

4 oktober, van Turnhout naar Hilvarenbeek

4 oct[ober] Van hier vertrokken wij des morgens te 6 uren naar Hilverbeek1, zijnde 7 uren gaans van Turnhout, een aardig zuidelijk dorpje. De burgemeester van deese plaats ontving de compagnie met zeer veel vriendelijkheid en zorgde voor goede billetten. Hij had des morgens reeds de ingezetenen doen bekend maken, hun aangemaand, om ons naar ons fatzoen te behandelen en wel te ont­van­gen. Wij hadden ook alle redenen van tevrede te zijn. Ik logeer met Biersma bij de Roomsche pastoor Van de Weijer2 alwaar wij ex[c]ellent gelogeerd waren. Goed coffijhuis, aardige meid in de winkel alwaar ik iets kogt.



De R.K. Sint-Petrus'-Bandenkerk in Hilvarenbeek 
(foto door M.H.B. Verkuijlen via Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA 3.0)



1 Hilvarenbeek, een dorp onder Tilburg net over de grens met Nederland.
2 Joan.Henr. van de Weijer was pastoor van Hilvarenbeek en tot 1821 deken van het dekanaat Hilvarenbeek, zie J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1843) 2,III, blz. 78.

zaterdag 3 oktober 2015

3 oktober, van Lier naar Turnhout

3 october vertrekken te 6 uur naar Turnhout, een fraay vlek, de maire alhier was ons niet zeer genegen, en had zich zeer brutaal tegen de quartiermakers uitgelaten, en was ook bij de ingezeetenen geheel niet gezien of geagt. Ik logeerde met Biersma bij eene monsieur Marten Hendriks, een banquetbakker, een goed mensch, wiens vrouw zinneloos was, hier hadden wij het zeer goed. Turnhout is een fraaij vlek pronkt met een schoon modern stadshuis, het vlek ziet er zeer welvarend uit, en de ingezetenen is goed zoort van menschen. De Turnhoutse knapkoek is volgens zeggen van onsen hospes zeer beroemd, hij liet er ons van proeven, en wij namen eene goede provisie mede. Het coffijhuis alwaer wij den avond passeerden is zeer goed, en de jenever zeer goedkoop, uitgezondert de Bagijnekerk en fraaije Roomsche kerk levert dit dorp niets byzonders om te bezien. Veel mooije meisjes zag ik er niet (uitgezondert eene, die er wel uit zag in ene winkel alwaar ik eenige noodwendigheden kogt als lint en pijpedoppen en tabak).1 Hier wierd onze compagnie met een aantal honden van allerleij ras vermeerdert, waarvan een ieder zich voorzag.


De Sint-Pieterskerk in Turnhout 
(foto door Michiel1972 via Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA  3.0)


1 de tekst die tussen haakjes staat heeft Bavius in het handschrift stevig doorgekrast.

vrijdag 2 oktober 2015

2 oktober, van Eppegem naar Lier

2. october. Heden morgen te 7 uren ging het wederom regts uit de flank naar Lier, een klein stadje alwaar wij zo tegen de middag aankwamen. Ons billet was niet van het beste en ik ging, hoewel vermoeijd, mij bij den maire van een ander voorzien.
Het tweede was veel beter, en de menschen zeer geschikt en vriendelijk, wij logeerden bij eene Monsieur van Rikstal in de Bagijnenstraat kort bij de poort. De stad, hoewel klein, is nog al vrij goed, men heeft hier een kostschool voor jonge juffrouwen dat zeer geroemd wierd, als mede eene katoen­drukkerij waarin wel duizend menschen werkten1, toebehorende aan den heer Deader van Antwerpen.
De kerk is ook nog al bijzonder om zijne oudheid, het stadhuis leevert weinig fraaijs op, ene bijzonderheid is hier de wenteltrap, zeer fraaij gemaakt, die op geene stylen leunt. De markt is groot en fraaij. De Antwerpsche poort is nieuw opgebouwd, de vesting gedemolieerd. Na den avond op de Sociëteit alwaar men zeer goed bediend wierd en die het uitzigt op den markt heeft, vrolijk te hebben doorgebragt, gingen wij te rust.


Het stadhuis van Lier, foto Johan Bakker, Wikimedia Commons licentie CC BY-SA 3.0


1 Dit is een zeer hoog aantal fabrieksarbeiders. Zie over katoendrukkerijen o.a. A.K.L. Thijs, 'Aspecten van de opkomst der textieldrukkerij als grootbedrijf te Antwerpen in de achttiende eeuw', BMGN 86, 2 200-217.

donderdag 1 oktober 2015

1 oktober, bezoek aan Brussel

Zondag 1 october. Wij hadden den vorigen dag reeds afspraak gemaakt om heden met de bergenaar Brussel te varen en deese stad eens op ons gemak te besien. Wij gingen dus heden morgen reeds vroegtijdig met ons vieren op een karreke naar Trois Fontaines rijden en daar in de berge en zo naar Brussel en bezagen de stad, het park, het paleis van den koning, dat van de Keizer van Rusland, de Marquis de Asse,  de St Goedelekerk, waarin twee pragtige tombes, één van de Marquis De Motte en van de Graaf De Roze als mede de 8 op doek fraaij geborduurde schilderstukken, waarvan één het stelen der hosti[e] verhaalde, het bijzonder fraaije Mariabeeld, de 12 Apostelen, alle meer dan levens­groote, het graf van den Zaligmaker, en meer andere fraaijigheden welke deese kerk versierden en welke wij alle zo maar ter loops konden beschouwen. 
Van hier gingen wij het park beschouwen, zijnde eene uitmuntende schone wandelplaats, op het beste gedeelte der stad gelegen, van ronds­om omringd van de prachtigste gebouwen. Onder meer anderen munt[t]e het paleijs van onzen koning, het hotel van Keizer Alexander, dat van den Marquis D’Assche, wel het meest uit. Van daar gingen wij in het Caffé Imperial, digt aan het park gelegen, een borrel drinken, en zagen van daar den Keizer van Rusland en onzen Erfprins, benevens meer hoge perso­nadiën in hunne prachtige rijtuigen uitrijden naar het Slagveld van Waterloo, begeleijd van de guarde d’honneurs te paard, alle prachtig uitgedoscht, en uit de voorname adel van Brussel bestaan­de.

Alexander I van Rusland (1777-1825) door Carl Gustaf Hjalmar Mörner, 1837. Rijksmuseum, Amsterdam, publiek domein.

Des middags gingen wij bij een restaurateur vrij goed en goedkoop dineren en des avonds de illuminatie die er in de Allée Verte (of Groene Laan) ter ere van den Keizer Alexander en onzen Koning zoude plaats hebben, bijwonen. Dit was het aangenaamste en vrolijkste toneel het welk ik nog ooit in mijn leven heb bijgewoond. Deese allée, welke lijnregt loopt en wel een groot half uur lang is, was aan weerskanten door lampions, die aan de bomen gehangen waren, verligt. Op het uiterste eind derzelve stond eene piramide van latwerk, geheel tot boven met lampions verligt, het geen een prachtig gezigt in de verte opleverde. op het ander einde was een soort van casteel mede van latwerk gemaakt, daarin men het naamcyffer3 van den Keizer en koning door lampions van verschillende couleuren zag uitkomen. Een fraaij orkest van musicanten, hier agter geplaatst, deed eene bysonder fraaije musiek horen. de toeloop van menschen was oneindig, de menigte van fraaije equipages, waarvan de meeste met vier paarden bespannen. Het bijzonder modern makelij, en de fraay gekleede dames welke daarop zaten, kortom de menigte nieuwschierigen welke zich daar hadden verzameld om de hoogte personadiën aldaar op te wagten, die alle momenten van het casteel Schoonenburg4 bij het dorp Laken gelegen terug wierden verwagt, alwaar die middag een prachtig diné[r] had plaats gehad.
Dit gezigt zeg ik was eenig in zijn soort. Niet lang duurde het of de vorstelijke personadiën naderden, alle in hunne prachtige opene reiskoetsen gezeten, zeer plechtstatig en stapvoets begeleijd en omringd door een detachement guarde d’honneur en van een ontelbare menigte gepeupel. Ik had gelegenheid den Keizer van Rusland meer dan een quartier van zeer nabij te zien. Zijn edel en schoon manlijk gelaat tekende vriendelijkheid en grootmoedigheid. Van tijd tot tijd sprak hij met de menig­te en gaf door tekenen met zijn hoofd de goedkeuring aan het volk te kennen. Telkens hoorde men het geroep van Vive L’Empereur Alexander, of Vive L’Empereur magnanime5, en dan eens Vive le Roi6.
Naar alles  op ons gemak bekeken te hebben en reeds moe zijnde van al dat drentelen, gingen wij op het einde deeser allées aan de overkant der rivier bij de opreed naar Laken in een herberg een glas bier drinken en na hier wat te hebben uitgerust, weder des avonds te 11 uur op weg naar Eppichem. Wij hielden ons te Trois Fontaines, alwaar het vrij roemoerig in den herberg was en alwaar zich het jong volk amuseerde nog een ogenblik op, aten een boterham, en vervolgden onzen weg .
Hier zeide men ons dat het nagts zeer onveilig was te gaan dewijl hier eene bende huishield, byzon­der aan de andere kant van Vilvoorden. Er ontmoet[t]e ons evenwel niets byzonders, hoewel het vrij donker was. Dan aan de andere kant van Eppichem, toen wij een stuk bouwland overgingen, viel niet ver van ons een snaphaan schot, het geen,  zo midden in den nagt, ons eenigermate ontzettede. Of dit schot nu op ons is gemunt geweest, kan ik niet bepalen, denkelijk zal het een stroper geweest zijn, althans wij kwamen veilig bij onzen boer thuis en gingen slapen.

1 barge: (verouderd) 1 trekschuit 2 beurtschip, Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal.
2 zie voor de beschrijving van Brussel ook de blog van 2 augustus
3 naamcijfer: monogram.
Toen het paleis van Laken werd gebouwd in 1782, heette het naar het domein Kasteel van Schoonenberg.
5 magnanime (Fr.) edelmoedig, grootmoedig.
6 Willem I was tien dagen eerder, op 21 september in Brussel ingehuldigd als koning.