zaterdag 26 september 2015

26 september, van Lallaing naar Saint Saulve

Dingsdag 26 [September] heden morgen te 8 uren vertrokken wij welgemoed en vrolijk van Lallaing naar Sint Saulve, passeren de dorpen Pecquencourt, Somain, Fenain, Ansin, en zo vervolgens trokken wij om Valanciennes heen en hielden te Anzin een ogenblik halte. Ik dronk hier spoedig een kop koffij met enige eieren. Nergens in geheel Vlaanderen heb ik zulke lekkere boter gegeten als hier, dezelve konde wel in smaak met de Vriesche wedijveren.



Lallaing ligt links op de kaart naast Douai, Saint Saulve rechtsboven Valenciennes

De weg welke wij thans passeerden, was zeer aangenaam. Een paar nieuwe schoenen welke ik te Lalaing had laten maken en op dese marsch voor ’t eerst had aangetrokken, veroorzaakten mij veel
pijn aan de voeten zodat mij het gaan bezwaarlijk viel en ik tusschen beiden van de bagagewagen moest gebruikmaken.
Wij kwamen zonder dat ons iets van enig belang ontmoet[t]e des namiddags ongeveer te 4 à 5 uren te Sint Saulve. Onsen Capitein Spengler had ons tot hiertoe begeleijd en het was wel zijns ondanks dat hij onze compagnie niet verder mogt begeleijden. Doch de Generael Douw, welke dese divisie com­man­deerde, had stelligen orders gegeven dat onze capitein den zelvden avond zich weder in zijn cantonnement [zou] bevinden.
Het commando over de compagnie wierd thans door Zijn Edele1 aan de Sergeant Majoor Simon opgedragen en wij allen namen van onzen braven capitein een aandoenlijk afscheijd. Hij zelve
was niet minder getroffen en het viel hem zeer hard, eene compagnie te verlaten, welke hij met zo veel genoegen had gecommandeerd. Na tesamen in het gezelschap van onzen Capitein in nog een frisch glaasje gedronken te hebben, scheijden wij van elkander en zagen hem ver­trekken. Ieder zogt thans zijne vorige quartieren weder op en wij, namelijk Tinco, Van Schelle, Biersma en ik gingen weder bij Monsieur Delralé Jozef en zijne beminlijke famille logeren. Daar komende wierden wij door die vriendelijke menschen met open armen ontvangen en dien avond op een heerlijk soupé geregaleerd2. Er waren nog twee militairen van den train gelogeerd, een Lieutenant en een Jonker, volgens hun zeggen twee onbeschofte kerels, die niets naar hun zin was te doen. Wij bragten hier een zeer aangename avond door en gingen niet vroeg te bed. Tinco moest des nagts met Everts[z] weder voorwaarts naar Mons om quartier te maken. Zij vertrokken des nagts in een karretje met één paard onder het faveur3van een aanhoudende regen en wij gingen nog een [weinig] slapen en vertrokken ...



1 bedoeld is door de generaal.
2 regaleren: (Fr.) vergasten, trakteren.
3 ironisch bedoeld: 'onder het gunstige gesternte van'

vrijdag 25 september 2015

25 september, we gaan morgen naar huis!

Maandag 25. [September] ’s Morgens was ik wederom present op het appel. Heden namiddag gebeurde er iets dat niemand verwagt had. Des nademiddags op ’ t appel zijnde en naar buiten marcherende, naar een stuk lands vlak voor ’t casteel van de maire, liet de capitein de kring formeeren en commu­ni­ceerde aan alle de manschappen dat zijn Edele1 heden morgen met de post de orders had ont­van­gen dat wij morgen zouden marcheren. Iedereen dagt dat het nu verder Frankrijk in ging, doch hij liet er kort op volgen dat de marsch naar Holland ging en hij ons dieshalven excuseerde van de exer­ci­tie, ten einde ons tot het vertrek gereed te maken.
Voor ik dus van Lallaing voor altoos afscheid neme, wil ik nog een korte beschrijving geven van de situatie van dit dorp. Het zelve is geen onaardig dorp, rondsom van boschen en bouwlanden omgeven. Den weg naar Douaij, aan weerskanten met hemelhoge populieren beplant, is schilder­agtig fraaij en levert eene aangename wandeling op. Het dorp zelve prijkt niet met uitnemende gebouwen. Het casteel waar in oude tijden de graven van Lalaing resideerden en thans aan den Grave van Arenberg toebehorende, is zeer oud en alleen daarom eerbiedwaardig, anders is er van binnen niets merkwaardigs te zien en de meeste vertrekken zijn in eene moderne smaak. Dese Graaf passeert er jaarlijks enige weken om het vermaak der jagt te genieten. Wentholt en Van Breugel waren hier gelogeerd. Den druiven van de Graaf waren zeer lekker, ik heb er mij meermalen op vergast.

Van het kasteel van de graaf van Arenberg rest alleen nog een poortgebouw.












Het casteel van de maire, de pastorie en dat van eene gepensioneerd generaal, alwaar de Capitein logeerde, verdienen mede eene uitzondering. Voor het overige was het een arm dorp, dat [leefde]van de vlaschteelt, enige goede boeren uitgezondert. De Schelde stroomt niet ver van dit dorp in onderscheide kronkelingen voort, het geen er nog al enige levendigheid, door de scheep­vaart aan toebrengt. Zie daar alles wat ik er van weet te zeggen.
Na onze plunjes gepakt te hebben, bragten wij den avond gezamenlijk vrolijk door bij onze cantinière en spoelden alle onze zorgen met een goed glas wijn op de heugelijke en gelukkige terug­komst naar het vaderland af. Tinco en Everts2 zouden des avonds vertrekken om de quartieren te Sint Saulve in gereedheid te maken.


1 bedoeld wordt de kapitein.
2 Dirk Arend Evertsz (Joure 1792-Joure 1831), han­dels­bediende (1812-1815) en koopman (1818-1831), zoon van Arend Everts Evertsz, maire van Joure en Geertje Durks Bakker. Evertsz was in 1813 garde d'honneur onder Napoleon geweest. Hij trouwde Joure 1818 Geertje Gerbens Smynga.

donderdag 24 september 2015

24 september, een gezellige avond

Zondag 24. [September] Heden morgen woonde ik de mis te Lallaing bij. De kerk is niet fraaij, de pastoor welke de mis bediende is een zeer eerwaardig en braaf man, volgens zeggen van De Jong en Haefkens die bij hem logeren.
Heden nademiddag gingen Tinco, van Schelle, Biersma, Nauta en ik eene wandeling maken naar de faubourg St Marie bij Douaij. Het was heden eene schone dag. In eene herberg aldaar, alwaar ge­danst wierd, dronken wij met elkander een goed glas wijn en amuseerden ons heel goed. 
Hier kwa­men zeer veel fatsoenlijke lieden uit de stad zich amuseren. Men danste in de open lucht op een vierkant plein. Rondsom waren prieëlen waar men kon gaan zitten, fatsoenlijk en onfatsoenlijk, alles danste hier onder elkander. De Fransche vrouwen, weet men, zijn zeer gesteld op zich netjes te kle­den. Het was een aardig contrast: hier en daar zagen wij gezichten van oude bekenden in Vriesland, onder anderen zag ik een persoon die sprekend op de gewesen L[..]itus Lochner1geleek, wederom een ander die2 en wel onder de dames die veel geleek op de oude mevr. Sixma. Dit leverde een in waarheid allerkoddigst toneel op en men verbeelde zich weder in Friesland verplaatst te zijn.
Na enige tijd ons in ’t gezelschap van dese heren en dames geamuseerd te hebben, gingen wij zo ongeveer te 7 uren langs een ander pad weder naar Lallaing. Ik ontving dien avond een brief van papa, mij de aangename tijding brengende dat alles thuis welvarend zich bevondt, doch dat zijn Edele3 ons nog niet spoedig thuis verwagt, dewijl volgens zeggen van den heer Kluit4  (die toen buiten logeerde) en de vrijwillige corpsen verder in Frankrijk op zouden trekken en denkelijk wel overwinteren. Heden hoorde ik van De Jong dat de compagnie Leijden studenten 1½ uur van ons lagen, in het dorp Masny.

Journal des Dames et des Modes, Costumes Parisiens, 27 novembre 1798. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. Publiek domein.



1 er zijn in Friesland enkele personen met deze achternaam. Het woord ervoor kan ik niet lezen. Wie heeft een idee?
2 hier loopt de tekst niet goed door. Er begint een nieuwe bladzijde, waar bovenaan staat geschreven beschrijving van Lallaing.
3 bedoeld wordt de vader van Bavius.
4 de achternaam Kluit komt niet voor in Friesland in die tijd, waarschijnlijk iemand van buiten de provincie.

woensdag 23 september 2015

23 september, weer beter

Zaturdag 23. [September] Heden morgen weder thuis gebleven van 't appel. Ik bevind mij weder veel beter. Mijn hospita geeft mij een middel om dese diarrhee te herstellen en na het gebruik van dat middel gevoel ik mij merkelijk beter.
Desen dag deed ik ruim tijd om brieven te schrijven aan mijne goede vrienden en aan mijn broeder Frisius. Wentholt, Fontein, Tinco en Grardus Nauta komen mij bezoeken en een pijp bij mij roken. Mijn hospes L’Ainé bezorgt dese brief des anderen daags te Douai op de post.









Pijp rokende man, ets door J. Muys, 1810. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. Publiek domein.

dinsdag 22 september 2015

22 september, een rustige dag

vrijdag 22. [September] De Lieutenant Pruis vertrok heden morgen met Van der Aa tot [Le] Quesnoy. Heden bleef ik thuis van 't avond appel. Tinco bezorgt mij heden avond een brief van Spree1 van den 4 augustus.

Gravure van Portret van Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa door Philippus Velijn naar een tekening van Willem Grebner, (1804-1836). Rijksmuseum, Amsterdam, Publiek domein.


1 waarschijnlijk Mr David Spree (Harlingen 1792-Leeuwarden 1852), vanaf 1817 rechter bij de rechtbank in Sneek.

maandag 21 september 2015

21 september, op wacht

Donderdag 21. [September] De Fransche nieuwspapieren heden ontvangen, maken melding van het ophanden zijnde vertrek der Hollandsche vrijwilligers naar hunne respective departementen, en dat men te Leijden reeds grote aanstalten maakte om het corps studenten aldaar bij hun retour met alle luister te recipiëren, welk corps aldaar in het begin der volgende maand (october) verwagt wort. Onder enige van onze compagnie verwekte dit nieuws veel blijdschap, andere, waaronder ook mijn per­soon, wenschten liever hogerop te marcheren en iets meer van Vrankrijk te bezien. Onze wen­schen liepen dus vrij wat uit een. Heden te 12 uren betrok ik met de Sergeant Poppes de wagt. Ik souf­freer weder aan eene sterke diarrhee, denkelijk veroorzaakt door de strenge koude welke wij nu ondervinden en die zeer gevoelig is. Vooral heden morgen te 7 uur op het apèl was dezelve zeer hinderlijk. Ik kort[t]e hedenavond de tijd met brieven schrijven en gaf dezelve aan Van der Aa mede, die vrijdagmorgen te 4 uren van hier vertrekt. Op de wagt viel heden nagt niets bijzonders voor, zodat wij enige uren gerust op het stro konden slapen.



Officier van de Leidse studenten door Willem Charles Magnenat (1830-1835). Collectie Rijksmuseum, publiek domein. Mogelijk zag het uniform van de Leidse studenten er in 1815 ook ongeveer zo uit.

zondag 20 september 2015

20 september, op jacht

woensdag 20. [September] Heden morgen na het apèl ging ik in mijne eenzaamheid een wandeling doen door een goot bosch naar de zuidkant van ons dorp gelegen en meestendeels uit haselaren, waartuschen hoge opgaande bomen bestaande. Des namiddags gingen Tinco, Grardus1, Poppes, Koon2 en ik op de jagt. Ik had mij reeds bij een jager van een dubbeld jagtgeweer voorzien, hetgeen hij mij leende. Wij deden in het begin wilt op, doch hadden het geluk nog 7 eendvogels te schieten, waarop wij ons des anderdaags zouden vergasten. Onderweg passeerden wij het casteel van de Heer Maire van Douaij, dat nog al fraaij en aan de rijdweg was gelegen. De stad Douaij ligt niet ver van hier doch er mag niemand onzer binnentreden. Dese wandeling was regt aangenaam.
Douaij is volgens het uiterlijk aanzien zeer oud, doch van goede vestingwerken voorzien. Er is mede eene voorname universiteit. De omstreken zijn zeer aangenaam; ik was zeer nieuwschierig dese stad van binnen te beschouwen, doch even als te Valanciennes mogt ons dit niet worden toegestaan. Naar huis kerende, en na overal rondgedwaald te hebben, komen wij op een afgelegen buitengoed, alwaar wij de pijp gingen ontsteken, en een ogenblik verpoosden en met den opziener, een boer, een half uurtje zaten te praten, vervolgens de tuin gingen bezigten en toen weder naar ons dorp gingen.
Thuis komende hoorden wij dat onze Colonel de koorts had. De Lieutenant Van Dalen communiceerde ons het nieuws dat hij zijne aanstelling gekregen had als eerste Lieutenant en adjudant bij het hoofdquartier van den Erfprins te Parijs en dat hij derwaards denkelijk spoedig gaat vertrekken. Dit deed mij zeer leed, daar wij aan hem een zeer goed en braaf officier zullen missen.


Van der Aa verzoekt aan den Colonel verlof voor drie weeken om zijne vrouw3 te gaan bezoeken, en enige zaken te arrangeren welke zijne praesentie vereischen. Het is hier thans zeer koud, hetgeen onder de exercitie welke wij hier op het kerkhof verrichten zeer lastig is.








Eelkje Poppes (1791-1828) door Willem Barteld van der Kooi.






1 Er is geen jager met achternaam Grardus in de compagnie. Waarschijnlijk bedoelt Bavius zijn neef Gerardus Rinia van Nauta (1790-1844), want verder noemt Bavius alleen zijn broers bij de voornaam.
2 J. Koon, mogelijk dezelfde persoon als Johannes Seidel Koon (Leeuwarden 1793-1848), zoon van Matthijs Koon en Petronella Anna Seydel. 
3 Robidé van der Aa was op 22 juni 1815, dus kort voor hun vertrek uit Leeuwarden op 13 juli, gehuwd met Eelkje Poppes.