zaterdag 19 september 2015

19 september, rustdag in Lallaing

Dingsdag 19. Heden morgen wierd er dan ook een dagorder van den Colonel in den kring afgelesen, waarbij hij bij poene van 25 aarspriegels1 aan ieder verbood iemand van onze compagnie met woor­den of daden te beledigen. Dit had een gewenscht effect en wij hadden rust.
Heden ontvingen vele van de onze brieven van huis, doch ik moest dit genoegen ontberen. Ik schreef heden weder mijne ouders. En daarna deed ik in gezelschap van Tinco, Biersma, Nauta eene
wandeling langs de rivier de Schelde die van Valanciennes af tot kort bij dese plaats langs loopt, en op vele plaatsen zeer diep is. Wij zagen hier een zonderling makelij van schepen (die zeer lomp en zwaar waren) en door menschen wierden getrokken tegen de stroom op.



'Bord de Scarpe' (Oever van de Schelde) door Constant Dutilleux (ca. 1860). Musée des Beaux-Arts, Arras. Wikimedia Commons, publiek domein.

1bij poene van 25 aarspriegels: op straffe van 25 slagen op het achterwerk.

vrijdag 18 september 2015

18 september, van Aniche naar Lallaing

Maandag 18 dito. Na dese nagt, op een zindelijk en goed bed gerust en wel doorgebragt, van mijne vriendelijke hospes en hospita afscheid genomen en de lieve beminlijke bruid een lekkere zoen gegeven te hebben, begaf ik mij op het bepaalde uur, zijnde te half 9, naar de plaats van het apèl, die zeer nabij mijn  kwartier en genoegzaam voor de deur was. Wij vertrokken zo laat omdat wij hier twee compagniën van het bataillon moesten blijven inwagten. Thans maakten wij de Staf compagnie uit, en marcheerden met onzen colonel, den Cap[itein], adjudant Plappert en den docter en quartiermeester Prins, naar Lallaing en arriveerden aldaar te groot 12 uren op de middag, dus een kleine marsch. Wij passeren het dorp Manie1 en nog een andere, welks naam mij niet invalt2. De streken zijn hier zeer boschrijk en aangenaam.
Ik had het geluk van met mijn vriend Biersma een vrij goed quartier te krijgen bij enen koopman, Christofe Masingue, en krijg een corporaals billet. Het logement, vooral de slaapplaats was echter niet uitstekend, want nagts konde men wegens dit heirleger van flooijen geen oog toedoen, doch de vriendelijkheid en gedienstigheid der menschen vergoed[d]e alles. De man des huises was zelden thuis doch de vrouw hield huis met een andere Franschman, Lainé geheten, een knappe aardige vent, die vrij goed Hollandsch kon klappen en te voren in Holland als militair veel had verkeerd. In ver­gelijking van andere van onze camaraden hadden wij het goed.
Des avonds hielden wij om het schone en aangenamen weder sociëteit voor den deur van een herberg, niet ver van ons quartier, en amuseerden ons hier zo vrolijk mogelijk. Onze colonel en de andere officieren zitten vriendschappelijk mee in den kring en neemen deel in de algemeene vrolijkheid.
Dewijl er op de marsch herwaards enige onaangenaamheden tusschen de onze en de Jagers van het betaillon hadden plaats gehad, dewijl enige van hun zich hadden verstout, bij onderscheide gele­gen­heden, onze compagnie insolenties te doen, denkelijk uit jalousie, haaren oorsprong nemende, dewijl wij thans de Staf compagnie uitmaken, beloofde ons de colonel, de behoorlijke satisfactie hierover te zullen doen erlangen3.


Boerderij in Eth. Foto Martha Kist, licentie CC BY-SA 3.0.


1 Masny, ten noordwesten van Aniche.
2 dit moet Montigny-en-Ostrevent geweest zijn.
3 satisfactie te doen erlangen: genoegdoening te krijgen.

donderdag 17 september 2015

17 september, van Jenlain naar Aniche

Zondag 17. [September] Reeds lang had ik plan gemaakt om Valanciennes te gaan bezien. Desen dag was hier toe bestemd en te 7 uren was de reijs bepaald in gezelschap van Van der Aa en de beide Poppessen, Dog, mij gereedmakende en mijn gezelschap gaande afhalen, kwam te half 7 uren de onverwagte orde[r] van de Capitein om zich gereed te maken, ten einde met een half uur marschvaardig te zijn, om naar de omstreeken van Douaij - het dorp waar, onbekend - te marcheren. Naderhand, hoorde ik dat het Lallaing was.
Dit was wat anders te zeggen dan een pleijsier reijsje te doen. Net en proper uitgedoscht, maakte ik maar spoedig in mijn quartier te zijn, kondigde dit aangenamen nieuws mijne camaraden aan, die nog niets wisten, en toen was het repje scheerje om maer de randsels gepakt te krijgen. Velen hadden nog goed in de was en dit moest er zo maar nat in. Ik nam een hartroerend afscheijd van onsen vriendelijke hospes, die nimmer nog een vriendelijk woord gesproken had, gaf een handdruk aan onze hospita en hare dogters, dien alle mogelijk  zeer verblijd zullen geweest zijn, dat zij ons afscheepten, en wij spoed[d]en ons naar de plaats van ’t appel. En te half 9 uren verlieten wij het aangename Jenlain en marcheerden dezen dag wel 6 uren ver met de randsel op den rug, in t begin met geforceerde marsch, dewijl wij veel te laat waren op marsch gegaan, en het bataillon ons reeds 1 ½ uur vooruit was, dewijl wij het verste van alle de compagniën verwijdert lagen van de plaats van het generale rassemblement2.
Wij vonden het bataillon evenwel kort bij het dorp Fontanel1 en marcheren van daar met het zelve naar Aniche3 alwaar onze compagnie nagtkwartier kreeg. Vele hadden het desen dag zwaar te verantwoorden wegens de gelijke warmte en het dragen van den randsel. Ik was mede zeer ver­moeyd en blijde een goed quartier te vinden bij Mr Pierre Aadré en desselfs gemalinne, zijnde van beroep bakker. Ik trof hier eer goede en hupsche4menschen die mij van alles ruim voorzagen en ik had het geluk van met veel graagte mijn souppé5, dat in een lekker salaadje en vlees bestond, te nuttigen. De vrouw was een dikke madam, die bij gebrek van een been hiertoe een stoel gebruikte op welkers mat zij met den stomp leunde, en welke alzo de plaats van het verloren been vervulde, en hiermede konde zij zich zeer gezwind van eene plaats naar de andere begeven.

Zij bezat mede het talent van alle vrouwen van onophoudelijke te babbelen en mij telkens naar allerhande zaken te vragen, die hare nieuwschierigheid prikkelden. Hare dochter, die reeds de bruid6 was en met haar bruidegom ons gezelschap kwamen vermeerderen, was een zeer schoon meisje en zag er allerliefst uit.
Na een kleine wandeling in het dorp gemaakt en mijn broeder en Van Schelle een bezoek gegeven te hebben, ging ik naar huis en slapen. In dit dorp vond men vele koolmijnen. De tijd liet mij niet toe mij in dese onderaardsche en schrikverwekkende diepe holen te laten nederdalen, het geen door middel van een vierkante bak begeleijd van twee mijnwerkers zo zwart als duivels gedaan wort. Het dorpje is vrij groot en niet onaangenaam.








"Mines d'Aniche - Mineurs à l'abattage", anoniem. Wikimedia Commons, publiek domein.






1 Het gehucht La Fontenelle ten zuiden van Valenciennes. Hier lag ooit de gelijknamige abdij Fontenelle, in 1793 verwoest.
2 rassemblement: verzamelpunt.
Aniche, ten westen van Valenciennes halverwege de weg naar Douai gelegen.
4 hupsch: aardig, vriendelijk.
5 souper: late avondmaaltijd.
6 die reeds de bruid was: die al verloofd was.
7 Bij de mijnramp van Aniche in 1827 kwamen 9 mensen om het leven.

woensdag 16 september 2015

16 september, begrafenis

Zaturdag 16. [September] Heden was het eene treurige dag voor ons allen, daar dese dag bestemd was, om het stoffelijk overblijfsel van den heer Schmids ter aarde te bestellen.
Rouwadvertentie voor Pieter Schmitz in de Leeuwarder Courant van 27 en 29 sept. 1815. Bron: Delpher

Des namiddags te 2 uren zou dese treurige plechtigheid met militaire honneurs plaats hebben en de gansche compagnie, benevens de officieren, de heer Colonel en andere aldaar liggende officieren van de pontonniers zouden het lijk tot aan het graf vergezellen. Het lijk wierd vooraf gegaan door de fourier Van Schelle, de majoor van de halvemaanblazers, door 5 halvemaanblazers gevolgd, alle benevens de officieren en manschappen met zwart krippen floers aan den arm. Vervolgens twee tamboers, wiens trommen, alsmede de halve manen met zwart waren overdekt, en dus een treurig dof geluid gaven. Hierop volgde een peloton van twaalf man met de geweeren overdekt onder den linker arm, gecommandeerd door den eersten Sergeant. Bij dit peloton had ik mede de eer te assisteren. De overige Jagers volgen met hun jagdgeweer. Het lijk werd gedragen door door 8 Jagers. Aan weerskanten der kist was de sabel en schede van den overledenen geplaatst. Bij het uitdragen van het lijk en toen het op de baar gezet wierd, wierd er een generaal salvo gegeven. Vervolgens avanceerde de trein langzaam en statig. Een treurig muzijk, bestaande uit halvemanen, afgewisseld door het doffe geluid der trom liet zich van tijd tot tijd horen. Bij het kerkhof gekomen, wierd het lijk rondom de kerk gedrage[n], en vervolgens bij den reeds daartoe gegraven kuil op een afgelegen ongewijde plek gronds, nedergezet.

Jenlain, kerkhof. Foto Martha Kist, licentie CC BY-SA 3.0.

Zodra de kist van de bare geligt was, geschiede er weder ene generale décharge met het klein geweer, daarop formeerde zich de trein in een halve kring en de heer Van der Aa, als daartoe ver­zogt, reciteerde een treffende en aandoenlijke lijkrede in dichtmaat bij het graf van den over­le­de­nen. Overal heerscht een plechtige stilte, en stille tranen door snikken afgebroken geven genoeg­zaam te kennen, hoezeer een ieder der aanwesende, de enen meer de andere minder, het tref­fend verlies gevoelt. De Collenel zelve, benevens de overige officieren, zelfs enige der bijzijnde Fransche boeren, waren getroffen. Inzondert verdient het gedrag van twee Fransche vrouwen, welke de overledene zo getrouw en menschlievend in zijne ziekte hadden opgepast en niet tegenstaande de besmetting bij hem hadden gewaakt, met lof hier gemeld te worden. Zij zijn hiervoor ook goed beloond.
De zonderlinge manier van lijken te bekleden in een wit linnen zak, zodat men niets van de gedaan­te, nog het hoofd konde beschouwen en het geen tot aan de voeten gesloten was, liep ons in het oog. Doch dese gewoonte wierd thans op order van den capitein niet gevolgd maar zo als bij ons de gewoonte was.

Na het verrichten deser treurige plegtigheid en om het leed een weinig te verzetten, begaven wij ons naar het coffijhuis of Sociëteit. Des avonds had er een ijslijk zwaar onweder plaats, het had desen dag reeds ijslijk heet geweest. Heden avond dronken wij met elkander op zijn Hollandsch een lekker kop of liever glaasje thee, want aan dit gereij ontbrak het hier. Onze cantinière had zich op onze gedurige vraag hier van voorzien. Morgen was ik voornemens naar Valanciennes te rijden.


dinsdag 15 september 2015

15 September, Smit overleden

vrijdag 15. Sept. Heden morgen na het appel ging ik met Haefkens en Biersma naar [Le] Quesnoy. Wij passeren het dorpje Orsinval, zeer aangenaam en romanesq in een valleij gelegen, kort bij de straatweg, doen vervolgens eene wandeling door de stad, die klein en zeer oud is. De fortificatien zijn sterk en van hoge muren voorzien, de buitenwerken uitgestrekt, de Grand Marché, Place Roijale, caffé Rue de Valanciennes, t Hotel de Ville; de Ecuries, t’artilleriepark, veldsmederij buiten de stad, waren de voornaamste bijzonderheden, welke hier onze aandagt tot zich trokken. Vele schone vrouwen, uitgezondert eene die ook zeer fraay was, levert desen stad niet op.

Le Quesnoy, Porte Fauroeulx met op de achtergrond de toren van het stadhuis. Foto Martha Kist, licentie CC BY-SA 3.0.



Thuis komende hoorden wij het treurig bericht dat onse vriend Smit des morgens was overleden.
Dit trof mij en ieder om zo bijzonder sterk, ook was mijn hart met een diep medelijden aangedaan, op het denkbeeld, hoe zeer dit verlies zijne ouders zoude moeten treffen, wanneer zij dese treurige tijding moesten vernemen.
Heden was er ook een gerugt dat onze compagnie naar Bauvais zoude marscheren.

maandag 14 september 2015

14 september, Smit is ernstig ziek

Donderdag 14. dito. Heden weder het gewoon appel te 7 uur voor des Capiteins woning, aan de chausse, op het uiterste eind van het dorp gelegen. Onder het gaan derwaards hoorde ik dat onze kamaraad Smit een zeer slegte nagt hat gehat en dat men aan zijne opkomst twijfelde. Dewijl Otterlo, die tot dusverre als compagnies doctor had gefungeerd en den patient dagelijks bezogt, het niet voor zijne rekening durfde nemen, wierd de doctor van het Bataillon gehaald, die de zieke zeer erg vond. Men vleijde zich heden dat de crisis zoude komen dan helaas, het was een zeer kwaadaardige zenuwkoorts waarvan de gevolgen alrede klaar waren vooruit te zien.  Hij was alrede buiten kennis en zodanig verzwakt dat hij als een kind moest worden behandelt. Evenwel zoals het doorgaans gaat, men vleijde zich nog zo lang er maar leven was.

Zieke man krijgt te drinken, ets door P.M. Molijn (1829-1849). 
Collectie Rijksmuseum Amsterdam, publiek domein.

Ik hield mij heden weder onledig met een brief naar huis te schrijven en maakte plan om weder een toertje naar de vesting Quesnoij te doen, het geen ik evenwel tot morgen uitstel omdat heden veel
heb te schrijven aan mijne vrienden Van Stierum, Herbel[l], Meurs1 etc., ook eene aan de postmeester te Mons over een brief welke aldaar moet leggen, door mijn broeder F[riusius] aan mij geschreven.


1 waarschijnlijk mr. Wicher Meurs (Dronrijp 1772-Sneek 1831), evenals Bavius van Hylckama rechter te Sneek  (1911-1819), van 1819-1831 president van de rechtbank te Sneek.

zondag 13 september 2015

13 september, exerceren

13. [Sept.] Heden morgen te 6 uren marcheren wij met de compagnie af naar het dorp Famars, om de exercitie met het bataillon bij te wonen, het was heden weder ondraaglijk heet. Er wierden verschei­de manoeuvres verricht die alle vrij wel wierden uitgevoerd.
Bij het afmarscheren na geëindigde exercitie vielen er enige onaangenaamheden tusschen den Capitein Spengler en den Lieutenant Van der Boomkes voor, veroorzaakt door enige insolentiën1, aan onze compagnie aangedaan door zijn volk, waarvan men hem als den aanlegger verdagt hield, en waaromtrent wij ons bij den Capitein beklaagden.
Na enige verversching in den herberg van genoemd dorp gebruikt te hebben, marscheerden wij weder huiswaards en arriveerden te 3 uren weder te Jenlain.
Te 5 uren was er ongewapend appel en hier hield onze nieuwe Capitein, een uitmuntende beste kerel, aan ons eene korte doch welmenende aanspraak in den kring en recommandeert zich in onze vriendschap en zegt ons dat hij buiten den dienst eene familiaire conversatie met ons verlangt en dat voor een ieder daartoe de deur van zijn logement altoos geopend is, doch dat hij in den dienst gene de minste conniventie2 kan nog mag gebruiken, maar ook niet het minste zal verschonen. Wenscht en verwagt van ons, dat wij alleen door ambitie gedreven als soldaat onzen plicht zullen doen, en zo
wij verlangen hem te bezoeken, dat wij zulks dan mogen tonen door veel bij hem te komen.



1 insolentie: belediging.
2 conniventie: toegevendheid.